
het heden, het verleden en de toekomst uitdrukken
Authored by Marjolein Ranson
World Languages
1st Grade

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
21 questions
Show all answers
1.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 1. Ik (a) (lopen) naar school.
2.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 2. Jij (a) (eten) een appel.
3.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 3. Hij (a) (lezen) een boek.
4.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 4. Wij (a) (spelen) voetbal.
5.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 5. Jullie (a) (werken) hard.
6.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 6. Zij (a) (kijken) tv.
7.
FILL IN THE BLANKS QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de volgende zin aan met het werkwoord in de onvoltooid verleden tijd: 7. Ik (a) (schrijven) een brief.
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?