Zinsdelen

Zinsdelen

1st Grade

9 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

Lesweek 2 (1)

Lesweek 2 (1)

1st Grade

10 Qs

grammatica zd H1 1hv

grammatica zd H1 1hv

1st Grade

14 Qs

Lidwoord frans

Lidwoord frans

1st - 2nd Grade

10 Qs

Nederlands woordsoorten b/k

Nederlands woordsoorten b/k

1st Grade

10 Qs

Project gezondheid - Blok 4 - Opdracht 1 - Stellingenronde

Project gezondheid - Blok 4 - Opdracht 1 - Stellingenronde

1st Grade

9 Qs

Try-Out Day Quiz

Try-Out Day Quiz

1st - 12th Grade

10 Qs

maatschappijleer thema werk B3

maatschappijleer thema werk B3

KG - 3rd Grade

12 Qs

Spelling week 2 2F

Spelling week 2 2F

1st - 10th Grade

14 Qs

Zinsdelen

Zinsdelen

Assessment

Quiz

Other

1st Grade

Practice Problem

Hard

Created by

Anouk Vermeulen

Used 4+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

9 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Het lijdend voorwerp vind je door de volgende vraag te beantwoorden: wie/wat + onderwerp + gezegde?

waar

niet waar

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin: ik lees een boek

een boek

ik

lees

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin: De leraar moest haar de iPhone teruggeven

de leraar

haar

de iPhone

moest

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat is het werkwoordelijk gezegde van deze zin: Ze hebben de bezoekers bij de opening een leuke verrassing gegeven.

hebben

gegeven

hebben gegeven

hebben de bezoekers gegeven

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat is het onderwerp in deze zin: Steeds meer mensen willen hun voornaam laten veranderen.

mensen

steeds meer mensen

voornaam

hun voornaam

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

''Ik ben ziek'' Zit in deze zin een naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde?

naamwoordelijk

werkwoordeliijk

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

''Ik las gisterenavond mijn kleine broertje een boekje voor''. Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?

las

las voor

voorlezen

was mijn kleine broertje aan het boorlezen

Access all questions and much more by creating a free account

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?