Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3

3rd Grade

24 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

Quiz godsdienst & levensbeschouwing

Quiz godsdienst & levensbeschouwing

KG - University

20 Qs

Jean-Paul Sartre et l'existentialisme

Jean-Paul Sartre et l'existentialisme

1st - 12th Grade

20 Qs

Thésée et le Minotaure

Thésée et le Minotaure

1st - 8th Grade

20 Qs

algemene kennis

algemene kennis

1st - 5th Grade

19 Qs

Konie

Konie

1st - 12th Grade

21 Qs

Zagrożenia naturalne związane ze zjawiskami atmosferycznymi

Zagrożenia naturalne związane ze zjawiskami atmosferycznymi

1st - 6th Grade

20 Qs

Test de français

Test de français

1st - 12th Grade

20 Qs

Year 3 French Vocabulary

Year 3 French Vocabulary

3rd Grade

20 Qs

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3

Assessment

Quiz

Other

3rd Grade

Practice Problem

Hard

Created by

Jorien Keijzer-Reurink

Used 7+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

24 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE SELECT QUESTION

45 sec • 1 pt

Waar is hier sprake van directe ruil?

je koopt een boek

je ruilt je boek voor een tijdschrift

Je betaalt 18 euro bij de kapper

je geeft een taart aan je oma omdat ze jou een zak snoep geeft

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

OP de trui die je graag wil in de etalage hangt een prijskaartje met € 80,-

geld als ruilmiddel

geld als rekenmiddel

geld als spaarmiddel

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Bij de bakker koop je een lekker croissantje

geld als ruilmiddel

geld als rekenmiddel

geld als spaarmiddel

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Je verjaardag geld bewaar je in een potje onder je bed tot je een nieuwe fiets kunt kopen.

geld als ruilmiddel

geld als rekenmiddel

geld als spaarmiddel

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Als je 50 euro pint bij een pinautomaat dan:

stijgt je chartale geld en daalt je girale geld

dan stijgt je girale geld en daalt het chartale geld

je chartale geld blijft gelijk en je girale geld daalt

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Nieuwe saldo = oude saldo + ontvangsten en - de uitgaven

juist

onjuist

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Een creditcard kun je gebruiken.......

vanaf dat je een betaalrekening hebt

Vanaf je 16e

vanaf je 18e

vanaf je 21e

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

By signing up, you agree to our Terms of Service & Privacy Policy

Already have an account?