klas 1 herhaling theorie leesvaardigheid

klas 1 herhaling theorie leesvaardigheid

7th Grade

13 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

Christmas Vocabulary (French)

Christmas Vocabulary (French)

7th Grade

10 Qs

Provérbios portugueses - Alexandra santos

Provérbios portugueses - Alexandra santos

3rd - 8th Grade

10 Qs

LPO -  6º ano - Revisão dos verbos

LPO - 6º ano - Revisão dos verbos

6th - 11th Grade

10 Qs

En la casa- In the house

En la casa- In the house

5th - 11th Grade

15 Qs

Tipos de sujeito e Transitividade.

Tipos de sujeito e Transitividade.

5th - 10th Grade

10 Qs

Helen Keller

Helen Keller

KG - University

11 Qs

Lenguaje Corporal

Lenguaje Corporal

7th - 9th Grade

13 Qs

Revisão - Advérbio, preposição e análise morfológica

Revisão - Advérbio, preposição e análise morfológica

7th Grade

11 Qs

klas 1 herhaling theorie leesvaardigheid

klas 1 herhaling theorie leesvaardigheid

Assessment

Quiz

World Languages

7th Grade

Practice Problem

Medium

Used 19+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

13 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Wat wordt bedoeld met de hoofdgedachte van een tekst?

De titel van de tekst.

De belangrijkste zin van een tekst.

De tekst samengevat in één tot twee zinnen.

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Wat doe je als je een tekst verkennend leest?

Je leest alles wat in die tekst staat.

Je leest alles uit de tekst en probeert het te onthouden.

Je leest de titel, kijkt naar plaatjes, leest eerste zinnen van alinea's.

Je kijkt of je het antwoord op je vraag in de tekst vindt

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat wordt bedoeld met een betoog?

Een tekst die informatie geeft.

Een tekst die je vermaakt.

Een tekst die je activeert.

Een tekst die een mening geeft.

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Wat wordt bedoeld met tekstopbouw?

De tekst bevat inleiding, midden en slot.

De tekst heeft drie alinea's,

De tekst bevat drie hoofdstukken.

De tekst heeft drie tussenkopjes.

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Wat is een tekstverband?

De schrijver zorgt dat meerdere teksten met elkaar te maken hebben.

De schrijver zorgt ervoor dat je de tekst goed begrijpt.

De schrijver zorgt ervoor dat zinnen/ alinea's met elkaar te maken hebben.

De schrijver zorgt dat de titel met de tekst te maken heeft.

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Wat zijn signaalwoorden?

Woorden die je een seintje geven dat de schrijver een tekstverband gebruikt.

Woorden die belangrijk zijn.

Woorden die een seintje geven dat een woord naar iets anders verwijst.

Woorden die cursief of dikgedrukt zijn in de tekst.

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Welk tekstverband staat in de volgende zin:

In de Efteling staan veel leuke attracties, bijvoorbeeld de Vogel Rok en de Fata Morgana.

Vergelijkend tekstverband

Opsommend tekstverband

Tegenstellend tekstverband

Toelichtend tekstverband

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?